Goh, nu ligt dat klein grut nog lekker op haar buikje te slapen. De 5 minuten die het in-slaap-vallen voorafgingen werden gekenmerkt door duizelingwekkende omwentelingen. Van buik naar zij, van zij naar rug, van rug naar buik en weer helemaal terug. Het ene moment lag ze diagonaal in haar parkje, dan weer plat tegen de spijltjes gedrukt. Nu heeft ze zich knus in een hoekje van haar park genesteld met 'dé doek' over haar hoofdje gedrapeerd.
Vanaf woensdag zal dit gedaan zijn. Dat kruipen, rollen en nestelen bedoel ik dan. Dat doekje zal ze blijven gebruiken om zich achter te verstoppen, mee te slapen, op te sabberen,... Maar woensdag moet dat klein grut in een gipsbroek.
Ter verduidelijking, dat klein grut is dochter Cato, geboren op 2 januari 2009 na een iets té lange bevalling met behulp van de vacuümpomp. Ondanks het feit dat het een perfect klein meisje was (én is!), had ze heupdysplasie links, een walvisvoetje, een zware voorkeurshouding (had ze al in de baarmoeder) en torticollis (scheefhals). Oei, niet zo perfect dus.
Op haar tweede levensdag kreeg Cato al een hele resem x-stralen en echo's. Op haar 6 weken kreeg ze een Pavlik-bandage voor de heupdysplasie. Die droeg ze 2 maanden, maar hij hielp niet. De specialist zei dat ze "later, als ze wat gegroeid is" wel een gipsbroekje zou krijgen.
Later is ondertussen volgende week geworden en straks is later nu. Maar nog even later is later al voorbij. En eerlijk gezegd kijk ik dààr naar uit. Dat later gisteren of vorige week of zélfs vorige maand was. Want nu kan je enkel aftellen... die laatste dagen zonder gips.
Plaats reactie